ISBN: 978-90-6067-985-2

F-16 piloot met een nieuwe missie

Herman van Heuvelen »

Vliegen voor de MAF in Oeganda en Ethiopië



Paperback
Pagina's: 168
2003
€ 14,95

 
Algemeen
 
 
Lees meer
 
 
Reacties
 
 
Recensies
 

Uit een supersonische, high-tech straaljager van de Nederlandse luchtmacht in een brommend vliegtuigje van de Mission Aviation Fellowship (MAF). Groter overgang is nauwelijks denkbaar. In plaats vanaf gladde startbanen in een machtige F-16, steeg Herman van Heuvelen op vanaf hobbelige landingsstrips in rammelende Cessna's. In plaats van bommen en raketten, vervoerde hij Afrikaanse mensen die dringend hulp nodig hadden. Een F-16 vlieger was bushpiloot geworden.

Al tijdens zijn opleiding tot jachtvlieger in Canada merkte Herman van Heuvelen dat God aan hem begon te trekken.
En op de vliegbasis Leeuwarden werd het hem steeds duidelijker dat hij de joystick van zijn geliefde F-16 moest verwisselen voor het stuurwiel van kleine zendingsvliegtuigen.
Zijn vrouw en kinderen gingen met hem mee naar de MAF-basis in Oeganda. En het avontuur werd niet minder, wel anders.

Herman van Heuvelen blijkt niet alleen een nuchtere piloot te zijn, hij is ook een warmbloedig en eerlijk verteller – over vliegtuigen, piloten, spontane Afrikanen, gewelddadige conflicten, knijpende angst en sprankelende vreugde.

Klik op onderstaande link om een pdf-bestand te downloaden met daarin enkele pagina's uit dit boek.

Lees meer (.pdf) »

Nederlands Dagblad - 18 juni 2003
"Als mensen op een verjaardag horen dat je in een F-16 vliegt, sta je de rest van de avond in het middelpunt van de belangstelling. Je bent de vleesgeworden jongensdroom van velen", vertelt Herman van Heuvelen in F-16 piloot met een nieuwe missie (uitg. Gideon, Hoornaar; 164 pag., 14,95 euro)."Maar het zijn gewone huisvaders die dit beroep uitoefenen. Niks macho! Wel teamgeest."

Van Heuvelen, van christelijk-gereformeerden huize, begint zijn carrière bij de luchtmacht. Later wordt hij piloot voor de Mission Aviation Fellowship (MAF), die vluchten ten behoeve van zending en hulpverlening verzorgt.

Het boek, met Anne M. van Westen als co-auteur, gaat vooral over zijn werk voor de MAF in Uganda en Ethiopië. Ook daarin toont Van Heuvelen zich 'een gewone huisvader' in bijzondere omstandigheden.

Geen heldenverhalen komen op tafel. Wel laat hij zien hoe een vlieger talloze factoren moet afwegen, om zo veilig mogelijk van A naar B te komen, soms met schietende rebellen in een ooghoek. Het blijkt moeilijk vriendschappen op te bouwen met de Afrikaanse bevolking. Anneke en Herman van Heuvelen komen verscheidene keren bedrogen uit. Mensen die ze vertrouwden, drukten geld achterover. Zo was er de Ugandees Joël die tien kindermonden moest voeden, omdat zijn neefjes en nichtjes hun ouders aan aids hadden verloren. Om hulp vragen vond Joël vernederend. Stelen leek hem de enige oplossing. "Natuurlijk is er veel verschil in stand tussen buitenlanders en de Ugandezen. Vooral materieel. Ik verdien zo'n tien keer zoveel als iemand die in het MAF-kantoor werkt", merkt Van Heuvelen op een gegeven moment op. "Anneke en ik vragen ons soms af of we wel op de goede plek zitten, als we geen relaties met de lokale bevolking kunnen opbouwen."

Ze horen van andere zendelingen dat dit een groot probleem is. Je kunt je natuurlijk volledig terugtrekken en alleen maar met de blanke bevolking omgaan. Vrienden van ons gaan bijna dagelijks naar de Amerikaanse club en naar een blanke kerk en komen verder de deur niet uit. Alleen op de werkvloer is er enig contact met de Ugandezen. Er wordt vaak cynisch over de lage moraal van de lokale bevolking gesproken. Bij sommigen leidt dit zelfs tot racisme. We zien mensen volledig veranderen: van toegewijde zendelingen tot racistische einzelgängers die maar een doel hebben: zich zo snel mogelijk weer terugtrekken in de 'normale' wereld van de Amerikaanse club."

De Van Heuvelens vragen zich af wat God van hen wil. Ze vinden het antwoord: Als we onze Ugandese medemens beter willen leren kennen, moeten we meer tijd met hen doorbrengen. Niet in een werkomgeving, maar op een plaats waar persoonlijke dingen gedeeld worden. We moeten onze luxe ivoren toren verlaten en ons onder de mensen begeven. We sluiten ons aan bij een celgroep van onze kerk en besluiten geen leider te worden. Als blanke krijg je al heel snel een leidinggevende rol toebedeeld."

Zodoende lukt het relaties op te bouwen, en daaraan merken ze "dat God ons wel degelijk in Uganda wil hebben". "Hij heeft ons nooit beloofd dat we geen problemen zouden tegenkomen, wel dat Hij ons zal helpen."
– Reina Wiskerke –

terug